Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

alerta

Onze fietswinkel dateert van 1971 (bouwvergunning 375/1971). De eerste fietshandel werd gebouwd en uitgebaat door oud-wielrenner André LELIAERT onder de naam ALERTA.

We vinden de initialen terug in de naam maar het verhaal gaat dat de naam verwijst naar het alarm dat werd gegeven in de oorlog.

De 50-jarige André startte deze zaak op maar moest met 59 jaar stoppen om op pensioen te gaan wegens gezondheidsredenen.

Hij had eerder een fietshandel aan de Vismarkt en twee fietswinkels in Gent.  In 1971 was André woonachtig in de Sleepstraat 169 te Gent.

De ex-coureur woont nu nog steeds op Sint-Andries in de Grote Moerstraat.

Sportkroniek


 ANDRE LELIAERT

 

Grote Moerstraat 83

Sint-Andries

Oud-Wielrenner

Kampioen van België

Vicewereldkampioen

en recordhouder

over de 5 km in Brussel

Sint-Andries is steeds een gemeente geweest waar sportmensen zich goed thuis voelen. De tijd dat de ploegen van zowel Club als Cercle bestonden uit meestal Bruggelingen waaronder het merendeel St.-Andriesnaars ligt nog niet zo lang achter de rug. Beide clubs speelden vanaf hun ontstaan tot op heden op onze gemeente.

Ook in de Wielersport was St.-Andries de geboorte- en de woonplaats van enkele gekende vedetten. Om er maar 2 te noemen, Hilaire Couvreur en de man waarover we het uitgebreid zullen hebben, Stayerskampioen André Leliaert.

Met Dré Leliaert praten over het wiel­rennen en dan inzonderiijk over het stayeren is een waar genoegen. Met zijn klare kijk op het gebeuren en met zijn radde tong gaat hij geen enkel probleem uit de weg. In zijn riante villa in de Grote Moerstraat kunnen Dré en zijn echtgenote in volle rust genieten van de geleverde inspanningen en de stress van wielerbestaan.

De kleine man met het leeuwenhart heeft het grotendeels, dank zij de sport, gemaakt in het leven.

Van beenhouwersgast tot koereur ...

Andr Leliaert zomer 1945

Vooraleer Dré in 1938 (geboren in Brugge op 4 februari 1923) voor de eerste maal aan de startlijn verscheen, was hij beenhouwersgast bij Strubbe in de Smedenstraat. Maar die zware stiel zinde dat tengere ventje niet. Koersen dat wilde de kleine. Hij wilde in de voetsporen treden van die andere Bruggelingen die toen furore maakten als renner. En in de streek waren er toen kleppers van het gehalte van Berten Ramon, Berten Paepe, Nesten Allemeersch, Julien Van Dijcke, Hilaire Couvreur, Staf Salembier, Léon Dhaenekyndt, René Oreel, Jules Plovie en Jules Huvaere om maar de voornaamste te noemen.

Op 5 mei 1940 behaalde Dré zijn eerste bloemtuil uit zijn rijk gevulde loopbaan. 5 dagen later vielen de Duitsers ons land binnen en zoals bij velen van zijn generatiegenoten liet de oorlog bij onze jonge renner zijn sporen na.

In 1945 werd een vergunning van prof aangevraagd en Dré vestigde zich als "velomaker" langs de Gistelsteenweg, aan de St. Baafskerk, waar nu de win­kel van Tandy gevestigd is. Het was de periode dat de talrijke zomerpistes op volle toeren draaiden. Op de wielerbaantjes van St.-Michiels, Maldegem, Rumbeke, Zelzate, Oostende, Walem, Zwartberg en Marcinelle was ons Kemphaantje een graag geziene figuur geworden. Ze waren ook een onbe­taalde publiciteit voor zijn fietsenwinkel waar de concurrentie zeer gróót was. Er waren toen niet minder dan 17 fiet­senhandelaars en velomakers op St. Andries. 

Op de weg waren mijn mogelijkheden beperkt, vertelde hij ons eerlijk. Boven de 200 km was mijn pijp uit. En in die tijd waren wedstrijden van 300 km en meer De normaalste zaak van de wereld Bovendien kreeg men in de Velodrooms een kontrakt uitbetaald. Ik had dus zeker prijs. Ja, André wist waar Abraham de mosterd haalde.

In die periode deed de organisator van de Brugse piste Raymond De Fruydt een voorstel welke de loopbaan van Leliaert totaal veranderde. Ik kreeg het dubbele van mijn gewoon kontrakt om het eens achter de moto's te proberen. Dat mocht ik eenvoudig niet weigeren.

Stayeren is een aparte discipline ...

Andr Laliaert in Vlodrome d'Hiver van Parijs op 7 november 1948

In 1947 heeft André dan definitief de keuze gemaakt. Na mijn debuut op de Brugse piste heb ik ondervonden dat ik aanleg had voor het rijden achter mo­toren. Ik moest niet lang nadenken: stayeren is een gave en die had ik. Driemaal per week trok ons Engels haantje naar het Antwerpse Sportpaleis om er samen met Maurice Clautier, Willy Michaux, Gust Meuleman en Dolf Verscheuren te oefenen. Om zich te vervolmaken spoorde hij zelfs menig­maal naar Parijs. Oefening baart kunst. Toch in het stayeren.

In die tijd werd regelmatig achter handelsmotoren gereden. Later wer­den het zware motoren. Wat is nu het verschil ?

Een handelsmotor is een gewone moto uit die tijd met achteraan een rol op 30 cm van het achterwiel.

Een zware motor dat is helemaal an­ders. Die weegt ongeveer 250 kg en heeft een motor van 22 pk. Daarmee kan men op de autosnelweg 170 km per uur rijden. Zo'n motor heeft geen versnellingsbak en ook geen remmen. De snelheid wordt geregeld door de hoeveelheid gas welke men geeft.

Maar ook de stayersfietsen hebben iets speciaals. Deze zijn aan zeer strenge voorschriften onderworpen. Deze "rare fietsen" hebben een klein voorwiel en een naar buiten geplooide vork. Dat alles om beter te kunnen sturen. Want met een gewone fiets slingert men bij een snelheid van 75 km per uur. De voortube weegt 280 gr, de achterste slechts 240 gr.

127 km per uur op een fiets ...

Dré die intussen naar Brugge was ver­huisd waar hij in het centrum op de hoek van het Pand reit je en de Braam­bergstraat een fietshandel en het Café "Alerta Sport" uitbaatte had intussen naam verworven in de Belgische Stayerswereld en dit ondanks het feit dat hij diende op te tornen tegen een Antwerpse coalitie.

In 1949 werden in Duitsland terug wedstrijden op de wielerbanen ingericht.  De sporttempels waren het eerst heropgebouwd in het vernielde Duitsland. Kwestie van de mensen ontspanning te geven. Brood en spelen, weet je wel. Stayerswedstrijden waren over de Rijn een graag geziene disci­pline. Het pluimgewicht uit het Venetië van het Noorden was de eerste bui­tenlander die daar een kontrakt kreeg aangeboden. Hoe ongelooflijk het ook moge klinken de DM van het verlie­zende Duitsland hadden meer waarde dan de FF van toen.

In Duitsland - het luilekkerland der stayers - was er poen te pakken voor iemand die voor spektakel zorgde en daarbij ogen in zijn kop had. Het duivels ventje werd overal gevraagd op de talrijke pistes van die tijd.

In 1950 haalde Dré Leliaert de kranten­koppen van alle gespecialiseerde Duitse sportkranten door op de wieler­baan van Wuppertal- de snelste baan van de wereld volgens ingewijden ­een rekord te vestigen door maar liefst 127 km per uur te rijden. Daarvoor had Dré een verzet van 66x12 opzitten. Dat betekent bij iedere omwenteling een afstand van 14,50 meter. D.w.z. dat de benen in één sec. driemaal op en neer gaan. Dat maakt 180 toeren per mi­nuut. Ongelooflijk maar waar.

Stayers kunnen een aardig stukje fiet­sen en moeten bovendien over een grote dosis wilskracht, durf en doods­verachting beschikken. De Vlaamse leeuw Leliaert reed in het Belgisch kampioenschap 1949 in Oostende de nationale coalitie op een hoop en ver­wierf op een sublieme wijze zijn eerste kampioenstitel.

In Brussel vestigde Dré een record over de 5 km welke nog steeds op zijn naam staat, gemiddelde 70 km 230 in 4'16"3. Sindsdien werd hij voor iedere meeting door de inrichters genegeerd.

In het buitenland, o.m. in Frankrijk, Duitsland en Italië, was hij op alle mo­gelijke zomerbanen en ook op de win­tervelodrooms een vaste klant gewor­den.

Vice-wereldkapioen in 1951 ...

1951 was voor André Leliaert een "boerejaar". Dat kleine ding uit Brugge stapte langs de grote poort het rijk der stayers binnen.

Op alle grote meetings zowel in Parijs, Marseille, Toulouse, Turijn, Milaan, Zurich, Clermont-Ferrant, Reims, Keulen, Bremen, Berlijn, Wuppertal e.a., prijkte Leliaert op de affiche. Ja onze man heeft een flink stukje van de we­reld gezien.

In eigen land liep hij zich te pletter op het consortium der oudere en jaloerse landgenoten die in hem een indringer zagen.

In het wereldkampioenschap welke op de bekende Vigorelliwielerbaan in Milaan werd verreden was er een sublieme Jan Pronk nodig om Dré met 50 meter voorsprong van de regenboogtrui af te houden. Intussen was onze kampioen een toonaangevende figuur geworden in de stayerswereld - in het buitenland althans. Daar kwam echter abrupt een einde aan.

Zware valpartijen ...

Koersen achter zware motoren is een discipline waar veel gevaar aan ver­bonden is. Dat is allicht de reden waarom er tegenwoordig nog maar weinig van die wedstrijden verreden worden. In mei 1951 kwam onze vice­wereldkampioen een eerste maal ten val in Keulen - gelukkig zonder erg. Even later werd hij op de zomerpiste van Marcinelle met een hersenschudding en een schouderbreuk afgevoerd.

Erger was de valpartij in Bordeaux waar hij aan 100 km per uur zwaar ten val kwam en door de volgende moto werd opgeschept en zodoende gekneusd over het ganse lichaam op het nippertje aan de dood ontsnapte. Na een lange inactiviteit hervatte Dré vol goede moed begin 1953 terug de training. Maar de onkans bleef hem achtervolgen. Op de Brugse velodroom kon hij een renner die voor hem viel niet ontwijken en ook ditmaal had die valpartij grote gevol­gen. Gebroken linker voorarm, ge­spleten rechter pols en gebroken elleboog. Gevolg: 6 weken met beide ar­men in het gips.

Het seizoen 1953 dat Dré zo schitte­rend had voorgesteld, was reeds ge­daan nog voor het begon, dit wat betreft de wedstrijden op de zomerpistes. Zware valpartijen maakten een ver­vroegd einde aan zijn loopbaan. Het vet was van de pot in dat ongeluksjaar. In het najaar kreeg Dré hoop en al nog 9 kontrakten aangeboden. Te weinig voor de vele inspanningen welke men er moet voor doen. Bovendien was de concurrentie zo groot dat na enkele mindere prestaties de directies van de winterbanen hem eenvoudig thuis lie­ten. Hij reed zijn laatste wedstrijd in het sportpaleis van Antwerpen op 26 sep­tember 1954.

Leliaert behoorde tot de laatste gene­ratie van de grote stayers.

Dr Leliaert + Pierre Van Vyve, voorzitter Kon. Brugse Velosport + Senator Neels

Leliaert gezien door de kenners

Onze Brugse vedette haalde menig­maal de krantenkoppen. Enkele ervan willen we onze lezers niet onthouden. Ziehier enkele citaten van de meest gekende sportkroniekers van die tijd welke we zonder schrik van te worden tegengesproken als "kenners" mogen noemen:

Dat kleine ding uit Brugge, een dappere “Klauwaert" en de kleinste der musketiers, heeft iedereen verstomd door zijn wilskracht en hardnekkigheid (Jerome Stevens in Het Volk).

De jongste stayer was ook de kleinste, de taaiste en de wilskrachtigste van zijn tijd. Dat tengere ventje die het uitzicht draagt van een ziekelijke schoolknaap is kloeker dan velen vermoeden, zo schreef Raymond Pacqué in de Brugse Courant.

Dré Leliaert, een stayer met wereld­klasse - une nouveIle vedette est né ­blokletterde Jacques Goddet in het Franse sportblad L'Equipe.

In zijn sappige taal schreef Karel Van Wijnendaele in Het Nieuwsblad-Sport­wereld: Als ge hem bekijkt krijgt ge er kop noch staart aan. Bleek van aange­zicht met haast doorschijnende kaken. Maar zo taai als een Wisse. Een ge­bouw van een half muurke, weze het dan van "béton armé".

Nog steeds Karel Van Wijnendaele:

De kleine Leliaert was een man met een leeuwenhart. Hij was in zijn glorie­tijd de jongste, de kleinste, de lichtste maar zeker de slimste.

Achiel Van den Broeck had het over dat duiveltje in een wijwatervat. De kleine dappere Bruggeling.

Paris-Presse had het over la cource héroïque du petit Brugeois au Palais des Sports à Paris.

Na een loopbaan van 16 jaar, waarvan 10 jaar als prof, moest Leliaert in 1954 noodgedwongen stoppen als actief renner. Hij verhuisde naar Gent waar hij diverse fietsenwinkels uitbaatte.

Heimwee naar St.-Andries kreeg hij in 1970 waar hij in de Lege Weg - waar vroeger het gekende café "De Linde" stond - een nieuwe fietsenhandel neerzette.

In 1981 zag hij zich verplicht om we­gens hartklachten het wat kalmer aan te doen. De fietsenhandel werd in an­dere handen overgelaten en Dré ver­huisde naar de Grote Moerstraat waar hij samen met zijn echtgenote van een rustige levensavond kan genieten.

Dré bedankt voor het vele sportgenot en het ga je verder goed.

Robert Vlaemynck

Bron : Kroniek van Sint-Andries nr. 75, p.7-17

Sportkroniek_van_Sint_Andries_nr75_p7_17.pdf Het volledig artikel Andr Leliaert (920.75 kb)

De stayer

Andreas 'André' Leliaert

geboren te Brugge, België op 4 februari 1923

Professional  van 1945 tot 1953 en maakte in 1950 deel uit van de Belgische ploeg Terrot - Wolber.

Andr Leliaert
stayer fiets leliaert
trui terrot 1951

Een steher of stayer wordt ook wel gangmaakmotor genoemd, omdat de rijder in feite een staande houding heeft. Een gangmaakmotor is een motorfiets die door gangmakers gebruikt wordt om wielrenners uit de wind te houden.

Het lange stuur stelt de rijder in staat rechtop te gaan zitten en aldus zo veel mogelijk wind te vangen. Zo kan de wielrenner extreem hoge snelheden bereiken. 

De gangmaakmotortjes van het Franse merk Derny zijn zo populair geworden dat ze vrijwel synoniem voor gangmaakmotoren zijn.

André of Andreas Leliaert wordt herinnerd als een stayer uit de naoorlogse jaren veertig en het begin van de jaren vijftig. Een sprietig klein mannetje met witblond haar als collega van gelauwerde demi-fond-mannen als Walter Lohmann, Henri Lemoine, Raoul Leseuer, Elio Frosio en onze eigen Jan Pronk. Die waren meestal te sterk voor hem, maar hij werd overal gecontracteerd omdat hij Belg was. België had drie winterbanen en daar werden regelmatig wedstrijden achter grote motoren georganiseerd. Daar werden de bovengenoemde stayers voor hoge startgelden gecontracteerd en daarom mocht Leliaert en ook zijn landgenoot Gust Meuleman als tegenprestatie meeëten uit de welgevulde ruif van de Duitse en Franse wielerbanen. Toch was hij geen koekenbakker, deze uit Brugge afkomstige pistier. In het WK van 1951 liet hij zien dat hij tot veel in staat was, maar tegen de combine van het Nederlandse duo Pronk/Bakker was hij niet opgewassen. Evenmin als Lohmann, Lemoine en Leseuer dat waren. Die tweede plaats was met zijn nationaal kampioenschap in 1949 het hoogtepunt van zijn carrière, die hij in 1953 afsloot. In dat jaar reed Dolf Verschueren uit Antwerpen drie keer op rij naar de wereldtitel. Leliaert was daarna snel vergeten. (archief: T&T Tekst & Traffic)

Zijn fiets staat te kijk in het Wielermuseum te Roeselare als HET voorbeeld van de stayerfiets, waarbij het voorwiel kleiner is dan het achterwiel.