Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Spoorlijn Brugge-Oostende

De spoorwegbrug over de Legeweg bepaalt onmiskenbaar ons zicht richting Centrum Brugge. De artikels plaatsen we zo goed mogelijk in een chronologische volgorde.

 

Uit volgende bronnen :

 

1837

Spoorlijn 1837

De Spoorverbinding Brussel-Gent-Brugge-Oostende wordt in 1837 gepland. Waar zou de spoorlijn het landschap en het stadsplan snijden? Ingenieurs wilden het station buiten de vestingen aan de Smedendenpoort, waar de Torhoutse - en Gistelsesteenweg samenkomen.

De Gemeenteraad van 26 november 1837 dacht de handelsbalansen van de stad te dienen en voor een toeristische trekpleister te zorgen met, zoals te Gent, het station in de stad te laten aanleggen. Het gevaar bestond dat West-Brugge van de rest van de stad zou afgezonderd worden. Vele huizen in het tracé van de spoorlijn moesten verdwijnen. Op 't Zand werd het Capucienenklooster gedeeltelijk onteigend en gesloopt in 1837-38. Later zou het volledig onteigend worden (1863) voor de aanleg van het goederenstation.

1838

De overwelving van de Smedenrei gebeurde in 1838.

De bouw van het eerste station schoot flink op en op 12 augustus 1838 werd de spoorweg Gent-Oostende ingehuldigd.Leopold I en de koninklijke familie kwamen ervoor speciaal naar Brugge.

Een paar weken later, op 28 augustus, werd het baanvak Brugge - Oostende ingereden.

Voor de oorlog

Voor de oorlog 14-18 worden duikers en een deel dijken aangelegd omdat men al dacht aan een spoorlijn die door het landschap zou lopen.

Bron : Brugse Ommeland, 1961, nummer 4, pagina 29

1904

In 1899 werd een derde station gepland, dat met de spoorverbindingen buiten de vestingen moest aangelegd worden langs de kant van Sint-Michiels. In 1904 werden wel plannen getekend voor de ophoging en de omleiding van de spoorlijn Gent-Oostende.

Vanaf 1910 werden ook te Sint-Andries de noodzakelijke terreinen onteigend. De nieuwe lijn nam de eigendommen van het Sint-Juliaangesticht, de fabriek Steinmetz, de borstelfabriek Delhaize Gebr. en Cie. met het huis van de dierecteur, de herberg de Koornbloem, het huis van M. Deloof en de stallingen van brouwer Soete-Serruys in.

Op onteigende gronden werden massa's grond en zand aangevoerd. Dit zand  werd gewonnen uit ter plaatse gegraven putten. De aarde voor deze berm werd gehaald uit de ''put van Cloedt'' in het huidige Boudewijnpark en uit de grote vijvers aan de spoorweglijn te Steenbrugge. Hierdoor ontstonden de vijvers te Oostkamp en Sint-Michiels.

De opgehoogde bedding kreeg de naam ''de batardeau'', in het Brugs al gauw 'de batterdô'. Deze terreinen werden door de spelende jeugd zeer graag bezocht. 

De werken startten in 1910, maar de eerste wereldoorlog vertraagde de werken en de wederopbouw van de verwoeste frontstreek stond op de eerste rang.

Canadasquare
Boogvormige stenen spoorwegonderdoorgangen te Sint-Andries

In 1913 werd te Sint-Andries het viadukt gelegd over de  Torhoutsesteenweg. Tevens werd in die gemeente twee boogvormige stenen onderdoorgangen gebouwd in de huidige Peter Benoitlaan.

Bij de terugtocht van het Duitse leger op 18 oktober 1918 werden de spoorwegbruggen aan het Waggelwater en aan het Speytje, alsook het viadukt over de Torhoutsesteenweg te Sint Andries opgeblazen. Het ijzeren viadukt kwam op de straatstenen terecht. Om het verkeer door te laten werd het brugdek eerst langs de boord van de straat gesleept en later als oud ijzer verkocht.

De spoorlijn Brugge-Oostende werd op 9 november 1918 terug in dienst gesteld.

Het herstel

Met het uitbreken van de eerste wereldoorlog werden alle werken stilgelegd, behalve de werken met oorlogsdoeleinden.

Bij de terugtocht van het Duitse leger op 18 oktober 1918 werden de spoorwegbruggen aan het Waggelwater en aan het Speytje, alsook het viadukt over de Torhoutsesteenweg te Sint Andries opgeblazen. Het ijzeren viadukt kwam op de straatstenen terecht. Om het verkeer door te laten werd het brugdek eerst langs de boord van de straat gesleept en later als oud ijzer verkocht.

De spoorlijn Brugge-Oostende werd op 9 november 1918 terug in dienst gesteld.

De directe verbinding Brussel-Oostende op de verhoogde berm kwam reeds klaar in 1935. In 1936 reden de eerste treinen over de nieuwe spoordijk. Het voorlopig tussenstation "Brugge St. Andries". functioneerde intussen. Het was gelegen aan het viadukt over de Gistelsesteenweg. In het Brugsch Handelsblad van 9 januari 1937 verscheen een foto van Brugge St. Andries waarop het wachtzaaltje, op de perrons en de luifel boven de spoorwegberm te zien zijn.

Ook dit stationnetje verdween na 1 april 1939, het ogenblik dat het huidige station in dienst kwam.

1946

1946 - Treinongeval 1946 - Treinongeval

Een treinongeval op de spoorlijn tussen de spoorwegbrug aan de Gistelse Steenweg en de Legeweg. Een reizigerstrein reed in op een goederentrein. Hierbij verongelukten de machinist, Aimé Van Cleven uit Assebroek en de stoker Eduard Van Hee wonende aan de Zandstraat te Sint-Andries. . (Uit  "goedendag uit sint-andries - kijkboek door Gerard Bossu).

Spoorwegpersoneel

1948 - Spoorwegpersoneel

1948 - Spoorwegpersoneel gefotografeerd bij een locomotief  "type 44" gebruikt voor het vervoer van reizigers. Deze machine kon een maximum snelheid van 90 km per uur ontwikkelen.

Op de foto twee Sint-Andriesnaars :

Machinist Maurice Boussu (geboren 12.1.1901, overleden 4 juli 1984) woonde in de Legeweg 128 (door het raam) en rangeermeester.

Guillaume Dhollander (geboren 11.2.1899, overleden op 30.12.1969), wwonde in de Legeweg 37 (derde rij uiterst rechts)