Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Molens op de Paallanden

Tussen de 14de en de 20ste eeuw stonden op Sint-Andries vermoedelijk 16 molens.

Bron : Brugs Ommeland, 2004, pagina 88-100, Albert Janssen, Jos Demarée & Joseph Cornelissis

Eersterangsbronnen bij het zoeken naar molens zijn oude kaarten of tekeningen. En voor Sint-Andries bevinden we ons op dat vlak in een bevoorrechte positie. Er bestaan immers twee oude kaarten die de toestand van de bebouwing en het wegenpatroon van bijna 450 jaargeleden nauwkeurig weergeven. Het zijn het gedetailleerde stadsplan van Brugge door Jacob van Deventer uit ca. 1565 en de grote Kaart van het Brugse Vrije, in 1571 oppgemaakt door schilder Pieter Pourbus. Het zijn kaarten die ver op hun tijd vooruit waren op het vlak van nauwkeurigheid.

Stadsplattegrond van Jacob van Deventer, ca 1560.

Jacob van Deventer Plattegrond van de stad waarbij de gebouwen summier in perspectief beeld worden weergegeven. Formaat 84,0x 61,0cm. Geen schaalaanduiding (ca. 1/7.685) met aanduiding van noord, oost, zuid en west. Het noorden is op het plan bovenaan geo

Stadsplattegrond van Jacob van Deventer, niet gedateerd (jaren 60 van de 16de eeuw).
De eerste nauwkeurige plattegrond van Brugge opgemaakt met behulp van driehoeksmeting op het terrein in opdracht van de Spaanse Koning Filip II. Er zijn nog twee originele exemplaren bewaard gebleven, nl. in de Koninklijke bibliotheek van Brussel en van Madrid. Facsimile uitgave door C. Ruelens e.a., Atlas des villes de Belgique au XVIe siècle. Cent plans du géographe Jacques Deventer, Brussel 1884-1924.

Bron : http://www.huizenonderzoekbrugge.be/

Kaart van het Brugse Vrije, in 1571 oppgemaakt door schilder Pieter Pourbus

Kaart van het Brugse Vrije, in 1571 oppgemaakt door schilder Pieter Pourbus

Op de twee kaarten zien we onmiddellijk 4 molens op het grondgebied van Sint-Baafs. We kunnen ze zelfs perfect lokaliseren : twee aan de noordkant van de Legeweg, één tussen de Legeweg en de Gistelsesteenweg en één langs de zuidkant van de Zandstraat achter het oorspronkelijke Pannenhuis.

Deze 4 molens stonden op de Paallanden van de stad Brugge. De Paallanden behoorden bestuurlijk tot de stad Brugge, maar lagen buiten de omwalling van 1297-12799. Op de kaart van Pourbus is de grens van de Paallanden mooi aangegeven door een rechte rode lijn. Het oostelijk deel van Sint-Baafs, inclusief de kerk, was Paallandengebied. In 1578 werden bijna alle gebouwen binnen de Paallanden afgebroken in opdracht van het Brugse stadsbestuur zodat mogelijke calvanistische troepen zich niet in deze gebouwen zouden verschansen.

Voor de periode voor 1550 voor 1550 zijn er echter ook al geschreven bronnen met betrekking tot het bestaan van molens op Sint-Baafs.

De westelijke molen aan de noordzijde van de Legeweg (molen nr.3)

4 molens (Brugs Ommeland, 2004, p.90)

In de Zestendelen vinden we merkwaardig genoeg geen expliciete van deze molen, maar in de beschrijving van een perceel aan de zuidkant van de Legeweg lezen we "... ende tusschen de twee oliemuelens...". Het perceel in kwestie was gelegen tussen de Gistelse Steenweg-Hogeweg en de Legeweg waar nu ongeveer het Parochiaal Centrum Valkenburg gelegen is en één van die twee oliemolens was dus een oliemolen aan de andere kant van de Legeweg (de andere die van Heindric Verhelst, zie verder).

De oudste molenvermelding staat in een oorkonde van het Sint-Janshospitaal uit mei 1300 : "... ten hove ter Westscure. Item daer zijn ii moelnen ende iii moelnepaerde". Het betreft hier dustwee rosmolens (met vier molenpaarden) op het hoevedomein Westschure op Sint-Baafs dat sedert 1227 eigendom was van het Sint-Janshopsitaal. Later viel dit oorspronkelijk meer dan 190 gemeten tellende landbouwdomein ten noorden van de Legeweg uiteen door verkope, vooral vanaf de 16 de eeuw. De huidige straatnaam Sint-Jansdreef is nog een verwijzing naar dit domein.

De molen in kwestie was die uit de oorkonden uit 1351, 1378, en 1447 van het Sint-Janshospitaal. Hij werd door het Sint-Janshospitaal in cijns gegeven.

Daar er in de Zestendelen van 1580 nog de term "oliewindmolen" gebruikt werd, en bijvoorbeeld niet "wijlent" of "molenwal", kan erop wijzen dat hij ofwel niet afgebroken werd in 1578, ofwel dat deze kort na 1578 opnieuw opgetrokken werd. Maar lang blijkt hij er in elk geval niet meer gestaan te hebben. In de tiendelegger van Sint-Baafs uit 1568 zien we immers het volgende :

"... eerst hoghemarck up de mydele vande cruune vande muelenwal tusschen ende inde medele vande vier terlynghen daer wylent de Roomuelen up staene p(l) acht, toebehoorende Jan Ghijellart..."

en verder "...zuut zuut westwaert daer over de langestraet..."

Het betreft de beschrijving van de tiendengrenzen op Sint-Baafs. De kruin van de molenwal tussen de 4 teerlingen fungeerde als merkpunt.. De grenslijn liep van de noordelijk gelegen hofstede "de Leemput" tussen de 4 teerlingen zuid-zuid-westwaarts over de Langestraat (=Legeweg) naar de paalsteen bij de (afgebroken) kerk van Sint-Baafs. Meteen kennen we hierdoor ook de naam van deze oliemolen aan de noordkant van de Legeweg : de Roo Muelen (of Rode Molen). De molenkast zelf bleek wel al afgebroken te zijn in 1586, de teerlingen niet. De molenwal behoorde in 586 blijkbaar toe aan Jan Gheyllaert, die hem in cijns had van het Sint-Janshospitaal. Die Jan Gheyllaert was ook eigenaar van het molenperceel van het Pannenhuis.

In de ommeloper van de Watering van Blankenberghe uit 1650 (39ste begin) en de ommeloper van de Paallanden uit 1663-1665 (16de begin) vinden we nog verwijzingen naar deze oliemolen langs de Legeweg, ofschoon die oliemolen echter al lang verdwenen was :

"... Michiel van Ockerhoudt cum suis by cheinse die van Sint-Janshuus over Jan Geylliaert cheinslandt andt westhende byde zuutsyde daeraen een viercante stick mette muelewal hier in ligghend ende wylent 1 ho(fstede ?) hieropstaende, streckende metten zuythende in de helfve langhestraete, 1 lijne 30 roeden."

We zien dus dat het molenperceel, eigendom van het Sint-Janshospitaal, in 1650 vercijnsd was aan Michiel van Ockerhout. Voordien was dit perceel dus in cijns gegevens aan Jan Geylliart, hetgeen overeenstemt met de beschrijving in de tiendenlegger van 1586.

De locatie kan zelfs heel nauwkeurig bepaald worden aan de hand vn de beschrijving van het perceel t.o.v. de omliggende percelen in de ommeloper; hij stond in de Legeweg bij huidige huizen 64-66 (dicht bij het kruispunt met de Vier Uitersten).

De molen tussen de Legeweg en de Gistelsesteenweg (oostkant Witte Beerstraat) (molen nr.1)

4 molens (Brugs Ommeland, 2004, p.90)

In register 5, folio 6 van de Zestendelen extra muros (buiten de stadsomwalling) staat het volgende :

"Een oliemuelen metten walle, metgaders een wuenhuys, lande daermede gaende, staende buyten der Smedepoorte byden Godshuijse van Ste Magdaleene wijlen was, pertinent Heindryc Verhelst".

Heindryc Verhelst was in 1580 dus eigenaar van deze oliewindmolen. in 1587 werd molen verkocht aan Pieter Blijaert. In 1609 moet deze molen al verdwenen zijn, want deze grond "waer eertyds een oliemeulen op gestaen heeft", werd doorverkocht aan Melchior van Blootacker.

In de ommeloper van de Watering van Blankenberge uit 1629 vinden we de weduwe van Melchior Van Blootacker als eigenaar van het perceel en is er bovendien nog een verwijzing naar de verdwenen oliemolen :

"Vidua Melchior Blootacker ten westeijnde daeraan, 2 strijngen, den westersten smallest, met wijlent een huuseken bijden suutoosthoeck, ende den muelenwal daer wijlent de olie muelen placht op te staen hier in ligghende, streckende metten noortijnde inde halve Langestrate (=Legeweg) en suuteijnde inden Oudenburgh Wech (nu Gistelse Steenweg), 4 gemeten, 2 lijnen, 28 roeden..."

(in het Brugse Vrije was 1 gemet=0,4423 ha, 3 lijnen=1 gemet, 100 roeden=1 lijne)

In de ommeloper van 1663-1665 is er geen verwijzing meer naar de molen of molenwal.

Het betreft hier de oliemolen van waarop de panoramatekening uit ca. 1550 werd gemaakt. Hij stond halverwege tussen de Legeweg en de Gistelsesteenweg aan de oostkant van de huidige Witte Beerstraat. Aan de overkant van de "Gistelweg" stond tot 1578 het Magdalena Godshuis. Vermoedelijk was deze oliemolen dus dezelfde als die uit de akten van 1432-1446 van het Sint-Janshodpitaal, daar ze dezelfde plaatsbeschrijving hebben. De grond en de molen waren dus oorspronkelijk eigendom van het Sint-Janshospitaal en werden in de loop van de 16de eeuw verkocht.

Daar de molen er in 1580 nog stond, kan het zijn dat hij niet afgebroken werd toen de Paallanden ontruimd werden in 1578, tenzij hij kort na deze ontruiming, toen het calvinistische stadsbestuur geïnstalleerd was, opnieuw opgericht werd.

De oostelijke molen aan de noordkant van de Legeweg (molen nr.4)

4 molens (Brugs Ommeland, 2004, p.90)

In register 6, folio 28 van de Zestendelen extra muros staat het volgende :

"Eene gheplaneerden muelenwal, groot hondert en 46 roeden, thalfve vande staete daermede ghemeten, nu zaeylant zynde daer eertyds eenen coornewyndmuelen upghestaen heeft, metgaders een woonhuys, ligghende buyten der Smedepoorte binnen der paele deser Stede in de prochie van St-Salvator..."

In 1580 waren Jan Coolman en Arnout Plasschaert eigenaars van de afgevlakt molenwal en woonhuis, dat voortgaande op de verder beschrijving uit 2 aparte delen bestond :

Enerzijds een driehoekig stuk van 45 roeden met het huisje dat bij de "barrière" van de Smedenpoort lag met de zuidkant aan de weg die men neemt om naar het Goed te Lucht te gaan (dit is de Legeweg) en met de oostkant aan de "barne van de veste",en

Anderzijds de molenwal zelf (groot 1 lijne) die meer westwaarts lag met de Legeweg aan de zuidkant en de gronden van het Sint-Janshospitaal errond.

De locatie van deze molen kan zelfs heel nauwkeurig bepaald worden aan de hand van de beschrijving in de ommelopers. Hij stond ter hoogte van huidige appartement Legeweg 24. Het is tevens de molen die getekend werd op de panoramatekening ca.1550. (...)