Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Buurtwegen

Het belangrijkste criterium om aan te geven of we het over een buurtweg hebben, is de opname in de ‘Atlas der Buurtwegen’ (1841). Met de wet van 1841 is de buurtweg een juridisch begrip en dit geldt nog tot op vandaag.
Met andere woorden elke weg die in 1841 of later in de ‘Atlas der Buurtwegen’ is opgenomen, wordt tot op vandaag als buurtweg gedefinieerd. Voor de wetgever van 1841 hadden buurtwegen voornamelijk een belangrijke economische en sociale betekenis.
Veel van dergelijke oude buurtwegen uit de ‘Atlas der Buurtwegen’ zijn nu
drukke gemeentewegen geworden, maar het blijven wel buurtwegen.

Deze atlas wordt in elke gemeente bewaard, met een duplicaat in de Provincie. De bewaring van de atlassen is niet altijd even goed. Vaak zijn de plannen moeilijk leesbaar geworden (door vouwen, verbleekte inkt, …). Het  Provinciebestuur West-Vlaanderen heeft in 2001 – 2003 deze atlassen gereinigd en gerestaureerd.

Een aanpassing van deze oude Atlas drong zich op. Daarom heeft de provincie alle kaartmateriaal verzameld en gecontroleerd op wijzigingen. Al deze informatie is nu online te raadplegen in de digitale Atlas der Buurtwegen.

Ook : De geheimen van Sint-Kruis ontsluierd via de oude buurtwegen door Otmar Delanote

Huisnummering

Wat de huisnummering in de deelgemeenten betreft, stellen we vast dat men tot omstreeks 1920-1930 de huizen nummerde per wijk/gehucht en niet per straat. Als er dus meer dan 500 huizen in een bepaalde wijk stonden, dan kan het gebeuren dat je huisnummers van hoger dan 500 kan tegenkomen. Er is in elk geval geen verband tussen het huisnummer en het kadasternummer van het perceel. De vraag stelt of er ooit een concordantie door de toenmalige administratie werd opgemaakt op het moment dat men overstapte van het systeem van nummeren van huizen per wijk naar het nummeren per straat.

In de bevolkingsregisters van 1901-1910 interesseren ons de Leegeweg en de Hooghelaene.

 

Ommelopers

Ommelopers waren in het Acien Regime de voorlopers van het kadaster. het grondgebied werd verdeeld in "beginnen" .

De "geswooren landtmeter" doorliep het begin waabij hij perdeel per perceel beschreef met zijn eigenaar, grondgebruik, oppervlakte, vorm en de ligging ten opzichte van de omliggende percelen.

Paallanden

Plattegrond Jan Lobbrecht 1690 met paalllanden

Rond 1270 was het grondgebied van de Stad Brugge, zodat een deel van de inwoners op het omliggende gebied was gaan wonen. Daarom voeg de Brugse magistraat aan gravin Margareta van Oostenrijk om de stad dor inlijvingen te mogen uitbreiden.

Daar het hier om een dringende en belangrijke aangelegenheid gold, benoemde de gravin scheidsrechters om deze zaak in der minne te regelen met de Heer van Sijsele, die een groot gedeelte van zijn gebied aan de stad moest afstaan tegen betaling.

Door de akte van 1 mei 1275 werd de nieuwe stadsgrens afgebakend (...). De grenslijn liep van het zuiden van het kerkhof van Sint-Michiels naar het gewezen Riethuis te Sint-Andries in de Sint-Baafsstraat en verder door naar het verdwenen Tempelhof aan de spoorwegbrug over de Oostendse vaart. 

 Dit gebied, dat gelegen was buiten de stadsvestingen van 1297, maar binnen de stadspalen, noemde men de "Paallanden".

Bron : Brugse Ommeland, 1961, p.3-8

Het grondgebied binnen de ‘Paallanden’ viel onder het bestuur van Brugge en moest ook de bepalingen en belastingen volgen van het Brugse stadsbestuur. Herbergen moesten bijvoorbeeld een taks betalen op het verkochte bier. Maar wie een herberg net buiten de grenzen van de ‘Paallanden’ opende, moest geen belastingen betalen. Inwoners konden er zo goedkoper bier drinken.

Zestendelen

zestendelen Brugge
zestendelen Sint-Janszestendeel

De zestendelen of het oud kadaster van Brugge

In de registers van de Zestendelen werd vanaf 1580 per huis alle informatie opgetekend over alle onroerende goederen en hun opeenvolgende eigenaars en de hypotheken die op elk huis rustten. Deze registers werden bijgehouden tot aan de Franse Revolutie.

De databank bevat voor ongeveer 2.000 huizen de gegevens uit de registers van de Zestendelen of het oud kadaster van de stad (1580-1800), bewaard in het Brugse Stadsarchief. Per huis werd elke verkoop, hypotheek, erfdienstbaarheid, inbeslagneming, enz. chronologisch bijgehouden.

Voor elk huis waarvan de gegevens uit deze registers zijn verwerkt zijn de vier belangrijkste coördinaten vermeld:

  • Het huidig adres, met straat en huisnummer
  • Het kadastraal perceelnummer van 1835 start hedendaags kadaster
  • Het Oostenrijks huisnummer: dit was de eerste nummering van huizen in Brugge, ingevoerd in 1790, bestond uit een sectieletter, een wijknummer en een huisnummer. Bv. B7/24 is het 24ste huis binnen de 7de wijk van de sectie B. Deze Oostenrijkse huisnummers waren tot 1866 in gebruik en staan vermeld op het kadastraal plan van Popp van 1865
  • Het oud kadasternummer: dit verwijst naar de registers van de zestendelen (1580-1800). De stad was bestuurlijk ingedeeld in zes secties: Sint-Jans, Sint-Donaas, Onze-Lieve-Vrouw, Sint-Jakobs, Sint-Niklaas en Carmers. Per zestendeel werd een reeks registers opgemaakt waarin elk huis één startpagina kreeg. Het oud kadasternummer verwijst naar deze startpagina. Bv. JAN/0245 is het huis in het Sint-Janszestendeel op pagina 245.

De zestendelen extra muros